tuurwetenschappen en op z’n hoogst de critick der burgerlijke cultuur die deze arbeiders onbekend was.
Het eerste resultaat van een dergelijke eenzijdig politieke opvoeding is, dat zij die er aan onderworpen worden of er zich vrijwillig aan onderwerpen, alle politieke capaciteiten verliezen omdat ze geestelijk afgestompt, uitgedroogd, verarmd worden en in hun dogmatische eenzijdigheid, ieder oriëntatievermogcn, iedere mogelijkheid om nieuwe situaties te begrijpen verliezen. Doch ook deze opvoeding bereikte de eigenlijke socialistische massa niet, doch die veel kleinere groep in de socialistische partij die aan het partijleven deelnam en die men als de „geschoolde” arbeiders of als het lagere kader aanduidde. Door middel van die geschoolde arbeiders en van het Instrument, de partij, dat uit die arbeiders en hun directe aanhang bestond, oefende het hogere kader, de socialistische élite, invloed uit op het volk. En zij die binnen die invloedssfeer vallen, vormen de socialistische massa.
Zoals reeds gezegd Is het kenmerkende van die massa dat ze in het geheel niet socialistisch is. Ongetwijfeld wil ze méér dan alleen maar brood en spelen, al bewijst ieder dieper onderzoek dat dit „méér” meestal slechts de geestelijke compensatie is voor een tekort aan buikvulling en vermaak. Het is immers algemeen bekend dat het grootste deel der beter gesitueerde arbeiders in de periode vóór 1914 en in de betrekkelijke welvaartspcriodc van 1920 tot 1930 in een staat van z.clfgenocgzame tevredenheid verzonken was, waarin de belangstelling niet verder ging dan het behoud van de welstand en van het ondiepe vermaak. Hierbij moet dan nog opgemerkt worden dat zelfs de energie nodig voor de verdediging van dit planten-bestaan ontbrak! Zo hopeloos was deze toestand dat de „proletarische revolutionnaircn” alleen nog maar iets verwachtten van de werklozen, de slecht betaalde ongeschoolde arbeiders, en van de crisis die een eind zou maken aan de welstand der overige arbeiders, alsof dan de herovering van die welstand en de uitbreiding er van tot de werklozen en ongeschoolden weer niet een herhaling van die hopeloze situatie zou hebben gegeven! Behalve dan, als de verovering van de macht in een crisis-periode, in zich zou sluiten dat de massa de leiding van een nieuwe élite zou hebben aanvaard en dat dus nieuwe werkelijk socialistische regeerders aan het bewind kwamen, die, na de overwinning, de massa zouden beletten de weg van brood en spelen te gaan en zouden dwingen de weg van het socialisme te gaan.
Iets van die aard hebben we in Rusland gezien, waar Lenin en