Het getuigde tevens van z’n politieke capaciteiten. Want hij gaf geen ogenblik toe aan de, bij een revolutionnair socialist van het gewone type altijd aanwezige drang, van deze „cafoni”, helden, martelaren, revolutionnairen te maken. Hij beschreef hun lot zonder enige versiering en zonder enige illusie. Hij beschreef ze zoals ze zijn: ternauwernood mensen, ternauwernood iets meer dan stomme natuurdieren — en hij liet het aan ons over te beseffen dat het fascisme des te misdadiger is, omdat het niet alleen rijke mensen martelt, maar ook stomme dieren mishandelt.
„Fontamara” bewees dat Silone in grote mate realist was en dat hij de moed had werkelijke mensen en werkelijke toestanden te zien: dat hij verlangde naar een leven zonder leugens.
En in zijn nieuwe roman „Brot und Wein” gaat hij verder op dezelfde weg; verder dan In z’n boek over het fascisme, verder ook dan in Fontamara, dat immers slechts een heel klein, geïsoleerd brokje van het Italiaanse leven gaf. Thans poogt hij niet slechts het Italië der cafoni te geven, maar ook het Italië der beter gesitueerde boeren, der arbeiders in de stad en in de provincie, der ambtenaren en aanhangers van het regime, en der intellectuelen, zowel van de Kerk als van de wereld. Daardoor worden de politieke mogelijkheden van zijn roman vanzelf groter, want de politiek werkt met hele volken, bestaande uit talrijke lagen cn groepen en men moet in staat zijn de gehele maatschappij te overzien, los zijn van klassenbekrompenheid, wil men iets van betekenis kunnen zeggen. Het was dus te verwachten dat iemand als Silone in deze roman over de Italiaanse maatschappij van heden — het boek beschrijft het begin van het Abessijnse avontuur en het is dus wel in bijzondere mate „heden” — ook in politiek opzicht belangrijke dingen zou verkondigen. Die verwachting is meer dan vervuld.
„Brood en Wijn” vertelt de ervaringen van een revolutionnair socialist (een communist die al veel verder van z’n partij af staat dan hij zelf vermoedt) die het in de vreemde niet langer uit kon houden, die weer te midden van het Italiaanse volk wil zijn, en nu illegaal rondzwerft, pogend het verzet tegen het fascisme te organiseren.
Deze revolutionnaire pelgrimstocht leert hem en ons velerlei, waarover we hier niet kunnen schrijven, al is het dan ook uit politiek oogpunt belangrijk genoeg. We willen ons echter slechts met de hoofdzaken bezig houden.
De ene hoofdzaak is: wat wordt er van een land dat, niet terloops maar vele jaren lang, onafgebroken onder fascistisch bewind staat.
238