geprofiteerd zouden hebben, terwijl de grote volksmassa in dezelfde omstandigheden zou zijn gebleven of in nog ergere mate aan de „loonslavernij” onderworpen zou zijn geworden, moge zin gehad hebben in de polemische litteratuur die ongeveer honderd jaar geleden nodig was, om de pretenties der bezitters te bestrijden en het zelfbewustzijn der bezitlozen te versterken, maar ze is, historisch gezien, onhoudbaar.
De grote volksmassa, die voor de Franse revolutie „niets” was, is daarna weliswaar niet „alles” geworden — zoals Sierès aangekon-digd had — maar ze is toch „iets” geworden, en de groei van dat „iets” in zelfbewustzijn, inzicht, bekwaamheid en machtswil, is tevens de groei naar een socialistische!' maatschappij. Daar waar de Franse revolutie haar invloed niet of nauwelijks heeft doen gelden 1), daar waar men zich bewust tegen haar beginselen keert en minachtend spreekt ovcr„demo-libcralisme”, daar is het barbarendom, ook al is het „privaat-bezit” er machteloos of verdwenen.
Niettemin kunnen wij ook die leuze „Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap” niet meer horen klinken, zonder het gevoel te hebben dat hier iets hols, iets onwaarachtigs, klinkklank naar voren komt. Geenszins omdat we die leuze niet veelomvattend genoeg zouden vinden, doch integendeel omdat wc haar te veelomvattend, te mooi, te onbereikbaar, te utopistisch vinden. Wij, socialisten, zijn met minder tevreden, en we kunnen een leuze eerst dan ernstig nemen, als ze wat „minder”, cn daardoor wat steviger en bereik-baardcr is.
Zo’n woord als „broederschap” tussen de mensen, klinkt mij althans te opgewonden, te opdringerig, te klef, te weinig rekening houdend met voorkeuren, afstanden, kleuren en smaken. Men moet werkelijk de mond minder vol nemen als men eerlijk wil zijn, en de mensen kent. In dat geval weet men dat de „broederschap” slechts tussen heel, heel weinigen mogelijk is, cn de vriendschap slechts tussen weinigen.
Dat zijn geen maatschappelijke of programmatische leuzen. Voor de maatschappij zou het a! heel wat zijn als er een beetje welwillendheid tussen de mensen was, een beetje minder venijnigheid en wreedheid, wat meer goede trouw en ridderlijkheid cn als het mogelijk was wat meer achting te hebben niet alleen voor het karakter, maar ook voor de smaak cn de intelligentie en de kennis
*) Men vergete hierbij niet dat de ..Franse ideeën" in zeer sterke mate „Engelse ideeën" zijn. door Voltaire. Montesquieu en anderen uit Engeland in Frankrijk geïmporteerd.