wer binden kan aan allen die soortgelijke voorkeuren hebben, z’n mening over alle openbare aangelegenheden te kennen kan geven en pogen de openbare mening in zijn geest te beïnvloeden; cultuur in die mate, dat al de mensen van talent waarover dat land beschikt zich op hun eigenste wijze uiten en hun scheppend werk verrichten, terwijl de minder begaafden dat werk weten te genieten en te bevorderen; gesteld dat wij zoo een land aantroffen, waarin ieder de gelegenheid heeft zijn invloed te doen gelden op het landsbestuur, waar de leiding van het economische leven aan een openbare controle en een openlijke critiek onderworpen is, waar zij die op politiek, economisch, of cultureel gebied de leiding hebben geen verder gezag uitoefenen dan uit hoofde van hun functie noodzakelijk is en geen andere levensstandaard hebben dan voor het uitoefenen dier functie nodig is, waar in het algemeen de verschillen van levensstandaard tussen de burgers zeer gering zijn — zou men dan, los van de vraag of men in dit land het socialisme bereikt heeft, niet mogen uitspreken dat het leven in dat land dichter bij het socialisme staat, dan alles wat de geschiedenis ons tot dusver nog ooit te zien heeft gegeven?
Duizend maal dichter dan in een land dat het privaat-bezit heeft afgeschaft, dat geen enkele „kapitalist” meer binnen zijn grenzen heeft, maar wel tientallen millioenen armzalige boeren en mil-lioenen armzalige arbeiders en ambtenaren naast een paar millioen leiders en hulp-leiders of onder-leiders van het politieke en economische leven, die, vergeleken bij de armoed-zaaiers een herenleven hebben, die bovendien met grofheid en willekeur tegenover die armoedzaaiers optreden, terwijl zijzelf weer vol angst, nijd en afgunst opkijken naar tienduizenden hogere leiders, die nog royaler leven, nog meer macht en willekeur aan den dag leggen, terwijl daarboven weer hogere machthebbers van de „socialistische” (immers zonder privaatbezit zijnde!) Staat gezeten zijn, van de staat waarin de „klassen aan het verdwijnen zijn”, maar waar de bevolking volkomen rechteloos en machteloos is en waar dwang, willekeur, wreedheid, aanbrengerij, spionnage, verraad, moord, angst, slaafsheid, likkerij, zelfvernedering enz. enz. aan de orde van de dag zijn?
Welnu, ik althans ben van mening dat zo’n land „zonder privaatbezit” — ik heb niets anders gedaan dan een korte samenvatting gegeven van de Russische toestanden — in geen enkel opzicht iets met het socialisme te maken heeft, doch er zeer nadrukkelijk het volstrekte tegendeel van is. Ik ben tevens de mening toegedaan,
216