Bergson de grootste metaphysicus was die Frankrijk sedert Descar-tes en Malebranche had gekend, en die naar Bergsons mening de weg had gewezen welke de mctaphysica voorgoed behoorde te bewandelen. Hier hebben we de zuiverste voorgangers van Bergson, voorgangers van wie Jules Lachelier zijn meester was, Ravaisson, en meer nog Boutroux, hem beïnvloed hebben. Het beroemde werk van Boutroux, „De la contingencc des lois de la nature”, is als bestrijding van de mcchanistisch-dctcrministische wereldbeschouwing niet minder beslist dan het werk van Bergson.
Bewijst dit alles dat Bergson werkelijk niet een eerste woord gesproken heeft in een vijandelijk milieu, doch dat hij sprak in een gezelschap dat opvattingen als de zijne bij voorbaat gunstig gezind was, de vraag blijft bestaan waarom al deze voorgangers en tijdgenoten alleen in vakkringen, of binnen een kleine gemeente bekendheid verwierven, terwijl Bergson een nationale en zelfs internationale figuur werd.
Het is niet voldoende voor de verklaring hiervan te wijzen op de grote literaire talenten die Bergson ongetwijfeld heeft, want menigeen zal Paulhan, Alain, om niet te spreken van Julien Benda en Jules de Gaultier, liever lezen, als het uitsluitend om de stijl gaat, dan de toch wel vaak precieuze en overwerkte stijl van Bergson, die nooit uit de plooi komt, en die toch eigenlijk nooit iets meer is dan een academicus welke zijn zinnen met de uiterste zorg, cn met een zeer geslaagd streven naar helderheid, heeft opgebouwd.
Henri Poincaré schrijft even duidelijk, even correct, maar hij mist de overvloed van beelden, die voor sommigen de speciale attractie van Bergson schijnt te vormen, doch die voor anderen de hinderlijkheid heeft, maar al te vaak in de plaats van een bewijsvoering te treden.
Wie de roem van Bergson wil begrijpen, kan dit het best doen door zich het opzien te herinneren dat verwekt werd door de artikelen van den thans weer tamelijk vergeten Ferdinand Brunetièrc. In het Europa van het eind der vorige eeuw viel de slagzin van „het failliet der wetenschap” als een steen die de mooiste spiegelruit van de hele winkel aan scherven slaat. De een was verheugd, de ander ontzet, de derde zo verbouwereerd dat hij geen antwoord cn geen wederdaad kon vinden — doch in ieder geval stond Bruneticre een tijdlang in het middelpunt van alle aandacht, totdat men in de gaten kreeg dat de beeldenstormer eigenlijk op dezelfde positivistische bodem stond als degenen die hij bestreed, cn dat het reac-tionnaire positivisme van Brunetière vrij gemakkelijk door een progressief positivisme weerlegd, althans bestreden kon worden. Maar
198