Niet dat dc nuchterheid van Spencer ook niet haar sterke en gezonde kanten had — dat heeft niemand beter begrepen dan een ander bestrijder van het utilitarisme der Engclsen, Friedrich Nietzschc, die in zijn critischc periode terdege gebruik heeft gemaakt van het Engelse utilitarisme, om het gcdcclameer der Duitse idealisten belachelijk temaken, om daarna echter, met zijn artistieke gevoeligheid voor psychologische nuances, op dat deel van het leven te wijzen waaraan hypocriete en preutse Victoriancn evenals dc oude jongejuffers van het Duitse idealisme waren voorbijgegaan: vandaar dat men bij Nictzsche zoveel vindt dat later, veel eenzijdiger, aan dc ene kant door Freud, aan dc andere kant door Berg-son naar voren werd gebracht.
Het verzet tegen Spencers psychologie en ethiek is, voor er nog van Bergson sprake was, ook door de Amerikaanse pragmatisten en hun Engelse geestverwanten gevoerd; en in Frankrijk zelf heeft iemand als Frédéric Paulhan, ongeveer gelijktijdig met Bergson, zeer bijzondere scherpzinnigheid in die richting aan den dag gelegd. Maar terwijl Bergson een nationale en internationale beroemdheid werd, was Paulhan slechts in kleine kring bekend, en het zou nog jaren duren voor het buitenland van hem hoorde.
Het zou trouwens volkomen onjuist zijn het voor te stellen alsof de Franse filosofie in het tijdperk vóór Bergson volkomen beheerst zou zijn geweest door Comte en Spencer. Ik wees er reeds op dat de positivistische stromingen, die op psychologisch en sociologisch gebied het sterkst waren, in ieder geval zeer los van Comte stonden. Ik wees ook reeds op die wetenschapscritiek, wier bekendste vertegenwoordiger Henri Poincarc was. Sommigen, zoals Benrubi, brengen hem en zijn geestverwanten onder bij een kennis-critische stroming van Kantiaanse oorsprong, wier baanbreker in Frankrijk Charles Rcnouvier zou zijn geweest. Ook al is men het met die indeling niet eens, dan nog blijft het feit bestaan dat er tal van figuren aanwezig waren die los stonden van het Comtisme, en die critisch stonden ten aanzien van Spencer; zoals Claude Bcrnard, wiens „Introduction a la mcdecine expérimcntale” zoals men weet de Bijbel van Zola was; en Cournot, wiens invloed op de na hem komende generaties moeilijk overschat kan worden, en die voor het eerst de waarschijnlijkheidsrekening zowel in de economie als in de filosofie der geschiedenis poogde te introduceren.
Kan men bij al deze figuren van een overheersen van het wetenschappelijke clement over het filosofische spreken, ook al vinden zij zelf hun filosofische bemoeiingen nog zo belangrijk, typische filosofen zijn de spiritualisten, wier voorganger Mainc dc Biran, volgens
197