Verdediging van het Westen

Titel
Verdediging van het Westen

Jaar
1947

Pagina's
298



Bij Bergson zelf zal men trouwens niet Comte als de grote tegenstander vinden, doch Herbert Spencer, en dit gaat zover dat men het meest bekende bock van Bergson, „De scheppende evolutie”, maar ook een groot gedeelte van zijn ander werk, als een reeks kanttekeningen op Spencer kan zien. Ook hier ligt het verzet voor de hand, al is voor ons de hartstocht van dat verzet moeilijk meer te begrijpen, immers Spencer „doet” ons niets meer. Het Is niet eens zo, dat zijn werk het lot heeft ondergaan van alle filosofieën die op een bepaalde stand van de wetenschappen stoelen, en die met het verouderen der wetenschappelijke Inzichten mee verouderen. Want wij weten dat de mentaliteit van Spencer het tegendeel van die van een wetenschapsman was: ze was die van een schema-ticus en van een formalist, die de wetenschap gebruikt als opvulsel van zijn schema’s. In tegenstelling tot Darwin, die de meeste aandacht besteedde aan die feiten die zijn hypothesen schenen te weerspreken, was Spencer voortdurend op zoek naar feiten die gemakkelijk ingepast konden worden in zijn evolutie-schema, en negeerde hij hardnekkig alle overige. De wijze van lezen die Spencer er op nahield, lijkt maar al te veel op de wijze die Hitler in „Mein Kampf” als zijn eigene aangeeft: „Ik las alles wat me kon sterken in mijn reeds gewonnen overtuiging.”

Maar ook als men deze eigenschappen van de bewijsvoering van Spencer als bijzakelijk beschouwt, kan men begrijpen dat op het eind van de vorige eeuw een behoefte aan bevrijding uit de filosofie van Spencer bestond. Wetenschappelijk gezien, was zijn evolutietheorie voor het minst gebrekkig, sedert De Vries en anderen de ontdekkingen van Mcndel herontdekt hadden, en sedert De Vries het mutatie-verschijnsel had aangetoond. Maar erger dan het wetenschappelijk tekort, dat niet alleen op biologisch gebied merkbaar was, maar dat aan alle kanten gevoeld werd sedert Mach, Henri Poincaré, Duhcm en anderen met hun critiek op de wetenschappelijke opvattingen waren begonnen, erger dan dat, was de algemene geest van deze filosofie die ieder ander gezichtspunt dan het utilitaristische miste.

De afstand tussen de realiteit van leven en maatschappij, met hun strijd en impulsen en hartstochten, en het onbewogen gebabbel van een man die blind scheen te zijn voor alles wat buiten de sfeer van het schoolse denken lag, was zó groot dat een ondraaglijke spanning ontstond. Dit soort verstandelijkheid, dat eigenlijk zo bekrompen en blind was, dat het alles verwaarloosde wat buiten een uiterst vlakke en ondiepe redenering lag, kon op den duur niemand bevredigen. Voor zover de mens meer dan een boekenwurm of een filister was, paste hij niet in het wereldbeeld van den Engelsen denker.

196

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.