komen, die idee moet niet verworpen worden, omdat hij die haar aandient een stalinist d.i. een grove, moreel defecte, gast is.
Doch behalve de manier waarop Reich z’n idee wil toepassen, moeten we ook zijn methode afwijzen.
Hpe verdedigde Reich in z’n reeds genoemde brochure het recht der psycho-analyse? Voor hem was het niet van belang na te gaan of Freud in een aantal belangrijke opzichten gelijk had, en dan, als dat zo was, de marxisten voor de taak te stellen óf Freud’s resultaten in hun systeem op te nemen, óf als het systeem dat niet toeliet, het onhoudbare van zo’n systeem te erkennen. Neen, hij begon met te onderzoeken of de psycho-analyse verband hield met het „dialectische materialisme” van Marx en Engels, want daarvan hing het voor hem af of de psychoanalyse voor socialisten een onderwerp van discussie kon uitmaken1).
Dat wil dus zeggen dat niet het marxisme dag aan dag behoort te bewijzen dat het nog bruikbaar is en nog mee kan in de ontwikkelingsgang der wetenschappen, maar dat alles wat na de vaststelling van wat Marx en Engels omstreeks 1850 hun „dialectisch materialisme” noemden, ter wereld komt, alleen aanvaardbaar is als het met de eeuwige waarheid (merk 1850) niet in strijd is.
En ook in z’n verdere publicaties heeft Reich voor alles de behoefte, niet om na te gaan hoe de dingen werkelijk zijn, maar of ze in het schema van het „dialectisch materialisme” ondergebracht kunnen worden. Voor hem is dus dit „dialectisch materialisme” de maat aller dingen geworden.
En hij staat in dat opzicht niet alleen. De hele nieuwere Russische staatswetenschap beschouwt het als haar voornaamste taak te onderzoeken of en hoe men alle wijsheid en wetenschap in dat heilige schema kan onderbrengen. En een aantal Westerse intellectuelen, onder de invloed van Rusland en de vele „sympathiserende” organisaties, tot het marxisme neigend, is even erg bezig zichzelf, de hele wetenschap en de hele cultuur in duizend bochten te kronkelen ter ere van deze zonderlinge godheid „dialectisch materialisme”.
Het wordt dus hoog tijd cens na te gaan of die nieuwe god ons in enig opzicht helpen kan en of het enige zin heeft hem al die offers te brengen, offers aan hersenkronkclarij en de daarvoor nodige inspanning, offers aan nutteloze arbeid, offers aan zelfverminking van de kant dier wetenschapsmensen die zichzelf tot onvruchtbaarheid veroordelen door een methode te aanvaarden welke tot niets dan dorre oppervlakkigheid kan leiden.
1) Zie blz. ,) en blz. 7/8 van Reich’s brochure.