Mijn waardering voor Rcich, bevat dus al het nodige wantrouwen en al het gewenste verzet.
Maar het is prijzenswaardig als iemand een poging doet het overweldigende succes dat het fascisme vooral in een land als Duitsland behaald heeft werkelijk — en dat is steeds: psychologisch — te verklaren.
Want dit sluit in zich de erkenning dat alle zogenaamde „Economische verklaringen” op z’n best laten zien uit welke stenen de muren der politiek gemetseld kunnen zijn. Kent men de aard van het materiaal en de hoeveelheid ervan dan kan men ongetwijfeld een aantal gevolgtrekkingen maken. Van zachte mergelsteen kan men desnoods nog een kathedraal bouwen, doch geen bastion, en met een paar wagonladingen kan men geen wereldstad maken. Maar eenmaal het materiaal en de hoeveelheid ervan gegeven, zijn talrijke vormen van gebruik mogelijk, die tussen een Chinese muur cn een tuindorp liggen. Zou men — om van de beeldspraak los te komen — vijftien jaar geleden aan een college van marxisten al de economische factoren hebben gegeven die in Duitsland van 1928 en 1933 aanwezig waren, en daarna de vraag gesteld hebben: „Wat moet hiervan het gevolg zijn?” — het antwoord zou eenstemmig geluid hebben: „het aan de macht komen der socialisten!” En met „socialisten” zou men dan natuurlijk niet iets bruins, doch iets roods bedoeld hebben. Een socialistisch „marxisme” dus, als men dat woord opvat zoals thans alle duisterlingen het doen.
Waarom zou men dat antwoord gekregen hebben? Omdat zij die het gaven, uitgingen van een bepaald psychologisch inzicht. Ze namen als vanzelfsprekend cn vaststaand aan dat de mens op bepaalde omstandigheden slechts op één wijze reageren kan. Het socialisme — marxistisch of reformistisch — had een bepaald psychologisch inzicht, dat men vooral daarom niet afzonderlijk en duidelijk formuleerde omdat men het als het enig mogelijke, het natuurlijke beschouwde.
Gegeven de economische toestand cn de „natuurlijke” menselijke eigenschappen, stond het resultaat „natuurnoodzakelijk” — om een woord uit de marxistische terminologie dier periode te gebruiken — vast.
Het is met de socialisten op psychologisch gebied dus precies zo gegaan als met de liberalen op economisch gebied. De liberalen beschouwden de economie van een bepaalde periode als de „natuurlijke” en daarom voor alle tijden geldende — eeuwig durend en in haar grote beginselen onveranderlijk. De socialisten hebben de overheersende psychologische karaktertrekken, de wijze waarop de mensen in een bepaalde periode op de dingen plachten te reageren, voor
'77
Verdediging van het Westen 12