‘Zo, zo, mijne heren. U komt eens kijken?’
‘Ja,’ antwoordde Salomon, ‘ik wil eens zien wat mijn pakket waard is.’
‘U kent de beurskoers toch?’ vroeg hij.
‘Jawel. Een cijfer zegt niet alles, jongeman.’
Salomons ‘jongeman’ viel niet goed bij deze heerser. Zijn gezicht betrok onaangenaam. Salomon vervolgde: ‘Ik heb met mijn broer uw cijfers bekeken. Hij heeft uw bedrijf eens doorgelicht met behulp van uw rapporten. Ik geloof dat uw nieuwe president-commissaris wel enige veranderingen wil voorstellen.’
Geber Liepmann klemde zijn kaken opeen. Het valt niet mee na jaren alleenheerschappij instructies te moeten gaan aanvaarden. Hij zocht uitstel, zei daarom:
‘Het is jammer, dat Josafat niet op de hoogte was van uw komst. Ik had hem graag aanwezig gezien bij dit gesprek.’
‘Helemaal niet nodig, meneer Liepmann. Josafat is mededirecteur in naam. De jure. De facto bent u hier de man,’ repliceerde Salomon.
‘Ik ben ook de oudste, meneer Koerlander,’ zei hij wat gewichtig. ‘Ik ben tien jaar ouder dan Joop.’
Op dat moment werd er geklopt. Daarop reed een seksbom in minidracht een luxe buffet op wielen naar binnen. Koffie met banketstaaf. Zij serveerde, keek ons daarbij nauwlettend aan. Misschien voelde zij met haar vrouwelijke intuïtie dat deze wat gereserveerde grijze oude mannen hier iets kwamen veranderen in de hofhouding van deze burcht. Toen zij vertrokken was, antwoordde Salomon:
‘Ik hoop en verwacht, dat u de aanstaande schoonzoon van mijn broer wat meer gaat betrekken in de algemene