slagroom? En het kleintje koffie oké?
Geduldig heb ik al haar bezorgde vragen positief kunnen beantwoorden. Alles was goed in orde.
Debbie heeft een eersteklas huisvrouw van Lenie gemaakt.
Haar verloofde gaat straks een materieel welverzorgd leven tegemoet. Mits hij behoorlijk verdient en relatief voldoende geld in haar welgevormde hand telt.
Ik heb de tv aangezet. Het nts-journaal wordt uitstekend gebracht. Prettige stemmen van een dame en een gentleman, die mededelingen doen zonder een zweem van persoonlijke mening daarin. Vertellen van mensen, zonder kameraadschap of verbroedering. Zonder het brutaal familiaire van quizmasters en vragcnstel-sters. In de eerste seconde van het gesprek overrompelen zij de privacy met de vraag ‘Ik mag wel Ger zeggen hè? Of Anneke? Of Pi?’
Ik heb het nog niet beleefd, dat de ondervraagde antwoordde: ‘Nee, dat mag u niet! Ik ben niet met u op school geweest.’
Hunne Voortreffelijkheden en de Bonzen ontsnappen aan deze familiariteit. Ergens hebben de zuilen angst voor corrosie, betonvermoeidheid of de boorhamer. Ook de opinie-uitzendingen hebben iets gevaarlijks. Ze zijn niet meer dan het Franse gezegde: Le journal, c’est un monsieur! Maar de mening van deze mannen bereikt veel meer dan een krant. Daarom hun gevaar. Ik kijk nog naar de ‘Auslese’ van de cabaretiers. Daaraan ben ik ontgroeid of ik begrijp hun stijl niet. Hoffelijk ruim ik het veld en laat hun stijl zegevieren.
Ik heb geen moment pret gehad.
271