dragen. Verkoop me wat, Salomon.’
‘Nee, verschwarzter nar, je bent veel te sentimenteel. Tot onze dood blijven we de baas. Ook in Liepmann. Wat daarna gebeuren zal regelen Haqodaush boroech hoe en mijn notaris. En vertel me nou eens, hoe staat het met mijn Kalloh?’
‘Debbie heeft de regie. Ik ga haar roepen.’
Debbie mopperde niet, dat zij nu pas de kans kreeg met Salomon te praten. Ze kwam weer beneden in haar mooiste kimono en haar mooiste bontslofjes. En beduidde me dat deze conferentie alleen zou plaatsvinden tussen haar en Salomon. En of ik maar vast wilde gaan slapen . . .
Ik ben een tegenstander van zondagsdienst van een particulier chauffeur. Het speet me daarom oprecht Gerrit te moeten verzoeken zijn zondag ter beschikking te stellen om Salomon te rijden naar mevrouw Dessauer, de halfzuster van Agnes.
Salomon vertrok voor de lunch naar Amsterdam. Of hij voor het avondeten weer terug zou zijn hing af van de omstandigheden, in casu het bereikte resultaat.
Ik vroeg Debbie waarom dat zo vlug moest en of ze wel wist of Salomons bezoek gelegen kwam. Het bleek dat Debbie gisteravond laat nog had gebeld met Leonie Dessauer.
Salomon kwam voor het avondeten terug.
Hij werd door Debbie bijna bestormd.
‘En!!?’ riep ze blozend van opwinding.
‘Eerst de gassene van Judith. En dan misschien helemaal geen voor mij,’ antwoordde hij.
‘Wilde ze niet?’ riep Debbie gevechtsklaar.
267