begrijpen dat ik het nu bijzonder druk had na weer in zaken te zijn teruggekeerd. En Egbert Jan zegde ik toe het poseren van mevrouw Koerlander te regelen en hem via David te berichten.
Zij waren beiden tevreden. Ik niet. Hoe Debbie te vermurwen, lag in een zware mist.
Tegen twaalf uur vertrokken zij. Ari den Heyer reed. Hij was gelooid, zei hij. Met vier sherry’s, geladen tot aan zijn merk, week hij geen minuut af van de uitgestippelde koers. En koffie was flauwekul.
Om halfvier zou Salomon arriveren uit Parijs. Gerrit reed me naar het station in Den Haag en ik droeg hem op te wachten.
Ik drentelde wat op het perron, werd aangetrokken door de tijdschriftenkiosk als een dar naar het licht. Ik keek naar de koppen van couranten, maar ik keek óók naar de covcr-girls. Iedere week kiezen deze fotojongens een ander type. Hoe zij een zekere eenheid bewaren is een van hun geheimen. Misschien ook vormen zij een confrèrerie of een gang. Dat verschil is overigens niet zo groot. In vroeger tijden was het verschil tussen een gilde en een bende ook maar minimaal, volgens de onderzoekingenvan sommige historici. Ook al niets nieuws. Die fotomeisjes zijn gedrild om te staan als lelijke loopvogels. Ik vraag me af: zou er in dat wereldje niemand meer zijn die hen erop wijst hoe onvrouwelijk ze staan? En hun vertelt dat ze bepaald hoerig kijken? Zijn dat de prikkels voor de moderne jongeman? Lelijke waad-vogclpoten, snollengezichten? Het is heel lang geleden toen Boileau leefde en zijn intens vrouwelijke meisjesgezichtjes tekende. Met matelotjes en bloesjes met hoge
261