naar Wassenaar om me ferm de hand te drukken en diep tevreden steeds maar weer te mompelen: ‘Dat heb ik uit jouw jongen naar boven gehaald.’ En tijdens zijn borrel zei hij: ‘Artiesten? Kolder! Vaklieden, middeleeuwse cn renaissance-vaklieden, doodgewone vaklieden die de gave hebben. Die het is ingeboren. Kijk naar Claus Slu-ter en zijn pleurants.’ Het was zo. De gebeeldhouwde jongeman één stuk oerkracht, met de paringslust op zijn gelaat, de verleidelijke vrouw toonde de extase van de ontvangenis op haar gave gezichtje. Weer moest ik denken aan Ruben. Er bestaat geen tijd. Er is altijd het heden. Duizenden jaren geleden tekenden holbewoners hun fauna met een soepele beweging op de holewanden. Zij zijn nauwelijks geëvenaard. Nu zijn er weer zulke jonge mannen die houwen en schilderen en bouwen. En in alle komende millennia zullen ze er zijn.
Stephanie. Elegant en stil. Bezeten door de gedachte een man te zullen trouwen. Een man die bezeten is van scheppingsdrang en vakmanschap. Mijn zoon. Uit mijn Debbie.
En nieuw aan mijn tafel was Josafat, de zoon van Isaac Liepmann, de broer van Geber Liepmann, die met ons had willen samengaan. Het klinkt bijbels, maar waarom zou dat niet mogen? Er bestaat immers geen tijd. Josafat is mededirecteur in Liepmanns eau de cologne-en essence-fabrieken. Toen Salomon de meerderheid verworven had, belde hij me op. Hij vroeg me of ik daar eerste-commissaris wilde worden. En of ik nu die fusie wilde afdwingen. Ik heb Salomon gezegd niets voor fusies te voelen. Laat de bedrijven zelfstandige sterke eenheden blijven, zoals de moderne legerdivisies all-round eenheden zijn, die als zelfstandige legertjes
252