Ik reed dus naar Den Haag. Met naast me, links en rechts een ouderwetse karbies en in het vuistje gekneld een boodschappenlijst. Keurig en op stafniveau voorzien van toelichtingen en adressen. Maar het Oberkom-mando had vergeten me geld mee te geven. Opzettelijk? Wanneer je man boodschappen gaat doen geef je hem toch zeker geen geld mee?!! Kom nou, hij kan wel de duurste dingen in z’n hoofd halen. Niks hoor, als je luxe wil doen, dan moet je dat zelf maar betalen. Gelukkig heb ik nog een ruim inkomen.
Tijdens de rit kon ik gaan nadenken. Vanavond dus de kinderen.
Chaim en Francina en Marionnetje, die mag blijven logeren bij Judith.
En Judith. Goddank genezen van haar liefdesziekte voor Eli Veidt. Na die Siciliaanse nacht met mijn David heeft Eli Veidt zijn oprechte excuses gemaakt en geprobeerd Judiths genegenheid vast te houden en haar te bewegen met hem te trouwen. Maar Judith was genezen. Een man die wilde leven als een Adon uit Kanaan moest maar een Jemenitische zoeken. Zijn opvattingen waardeerde ze wel, maar zijn oudtestamentische eis van onderzoek blies haar verblindheid weg. En ze zag heel spoedig dat er fysiek wel een fraaie en moedige man naar haar hand dong, maar dat zij zich onderwerpen moest aan de geestelijke tirannie van thora, talmoed en misjna. Dat zij vurig nationaliste moest worden, dat zij de Israëli’s moest zien als een superbe volk en dat de nog in Galoeth levende joden slechts een meewarige glimlach waard zijn. Gettorestcn! Weg ermee! Boeren en soldaten, daarop kan men bouwen, al zijn het maar een paar miljoen mensen op een angstwekkend klein gebied.
250