maar gauw een advocaat. Nee, jongen, uitdienen! Tot de laatste snik.’
‘Wat een fantasie, wat een fantasie! En jij denkt dat jouw Mare ineens vertrokken is door een make-up en een onderjurk met een kantje?’ Ik glimlachte ook nog.
‘Ik denk niets. Ik neem geen risico’s. That’s all! En laat het nu maar aan mij over. Je hebt al meer dan genoeg te doen met de zeep en je doctorandi. Is daar soms een vrouw bij?’
‘Hou je op of niet?’ riep ik boos wordend.
Ze kwam naar me toe, pakte mijn hoofd tussen haar lieve handen, zoende m’n wangen en zei:
‘Mislukt, ouwe snoeper! In je volgend leven, hoor!’
Dus Debbie ging aan het werk. Maar haar bravoure was niet zo groot dat ze alleen durfde beslissen. Er kwamen avonden en weekends dat ik m’n oordeel moest geven over een nieuwe kandidate. Veel spraken we er niet over. Voor Debbie was het een zaak van ja of nee en ik kon het afdoen op zijn Oudromeins: de duim op-of neerwaarts. De opwaartsen vormden ten slotte een collectie van vijf. Lijsttrekster was een halfzuster van Agnes. Met zo een type loopt iedere getrouwde vrouw een risico. Ze was ongeverfd goudblond, had donkerbruine ogen, natuurlijk gevormde sierlijke wenkbrauwen, een klein recht neusje, een geestige gevoelige mond en kleine oortjes. Een slank figuur en tweeënveertig jaar oud. Toen ik haar had gezien, vroeg ik aan Debbie:
‘Hoe komt die nog vrij rond te lopen?’
‘Misschien vrijt ze niet goed,’ antwoordde Debbie om ieder vlammetje onmiddellijk uit te trappen, ‘maar dat hindert niet voor Salomon. Hij is toch al zeventig. Koken zal ze wel kunnen en met hem uitgaan is geen kunst
248