4 november. Morgen komt Salomon uit Parijs. Ik zal hem gaan af halen in Den Haag. Om halfvier komt zijn trein binnen. Hij zal een week bij ons logeren, want hij komt de collectie bekijken die Debbie heeft samengesteld.
Ik ben te voorbarig geweest om Salomon te beloven dat ik moeite voor hem zou doen. Hoe had ik dat moeten aanpakken? Ik heb er wel even aan gedacht, maar verder dan het plaatsen van een annonce reikte mijn fantasie niet. Bovendien stuitte ik onmiddellijk op de juiste tekst en ik viel in handen van Debbie.
‘Zo, zo, jongetje, dat wilde jij in je eentje opknappen?’
‘Waarom niet?’ pochte ik.
‘Ik zal maar zwijgen,’ zuchtte ze om onmiddellijk verder te praten. ‘Eerstens ben je wat de hofmakerij betreft er helemaal uit, ten tweede is hofmaken per procuratie héél wat anders en ten derde liep je de kans op jouw leeftijd te moeten gaan scheiden.’
‘Wil mevrouw Koerlander me dat even verklaren?’ vroeg ik met gefronste wenkbrauwen.
‘Jawel, meneer Koerlander. Stel!’ en haar stem sloeg wat over. ‘Stel!! dat er antwoorden komen op die advertentie. Stel!!! dat jij rendez-voustjes organiseert om die vrouwen te zien. Stel!!!! dat jij je verbeeldt weer vijfentwintig te zijn en weer eens verliefd wordt. En die uitgekookte tante heeft het door. En ze maakt zich geweldig mooi en haalt al haar trucs uit hun kooien. En daarmee bespringt ze je! Weg Debbie Hildesheimer en zoek
247