eind. Met haar rechterhand greep zij haar nachthemd samen bij de halsopening. Een typisch vrouwelijk gebaar.
‘Ik wilde eens praten, kind.’
‘Moeder weet alles.’
‘Dat is niet genoeg. Je hebt ook een vader.’
Ze knoopte snel haar bedjasje toe, trok haar knieën onder de dekens op, sloeg haar armen eromheen.
‘Gaat u zitten, vader.’
Ik pakte een licht Frans en vrolijk stoeltje, nam plaats bij haar bed.
‘Geef me een sigaret, Judith. Moeder heeft de mijne in beslag genomen en ik heb een geweldige trek.’
Er trok iets vrolijks over haar nerveuze gezichtje. En terwijl ze zei: niet doen vader, trok ze het nachttafellaat-je open en gaf me een pakje sigaretten. Ik stak er vlug een op, legde het pakje weer in het laatje en sloot.
‘Nou, meisje, hoe is het met de jonge professor?’
‘Hetzelfde, vader, hij wil me nog steeds.’
‘En graag?’
‘Ik ben niet ijdel, vader.’
‘En Eli Veidt?’
‘Hij heeft me zo beledigd, vader.’
‘Weet wat dat betekent, Judith. Je zou je niet beledigd voelen, wanneer hij de waarheid had gesproken.’
Ze keek me nu doordringend aan. Zij verwerkte m’n woorden, proefde tot in de kern. Zij antwoordde met afgewend gezichtje.
‘Hij heeft de waarheid niet gezegd. Dat kan hij niet. Ik ben nog een meisje.’
Een golf van drift rende omhoog langs mijn rug naar het achterhoofd. Pas op, Mare, op jouw leeftijd loert de
238