En die moderne verpakkingen? En al die publiciteit? En al die cadeaus?!
Een van die vijf doctorandi was de Sinterklaas voor al die cadeaus.
Ik doopte hem tijdens de rit naar huis de ‘Koerlandcr-Sinterklaas’. Voor de anderen heb ik nog geen namen.
De volgende morgen, terwijl ik me stond te scheren, schelde de telefoon in de hall. Debbie, altijd vroeg in de weer met het ontbijt, riep naar boven:
‘Oehoe! Oehoe!! meneer Waerdein!’
Oehoe ging de trap af. Eén wang geschoren, één nog onder de zeep, de Gilette in de opgeheven hand. Ik moest glimlachen, een negro spiritual flitste door mijn brein. Go down, oehoe! Go down, Mozes!
‘Koerlander, haal ik je uit je bed?’
‘Nee, Floris, ik ben allang op.’
‘Je liegt, maar dat doe ik ook als ze me uit m’n nest bellen. Mare, ik moet je spreken. Vanmorgen.’
‘Dat kan. Waar?’
‘Over ruim een uur ben ik bij je in Wassenaar.’
‘De koffie zal bruin zijn.’
‘Oké, blauwe koffie drink ik niet. Tot straks.’
Een beetje bezorgd keek Debbie me aan. Sinds ik weer in zaken ben teruggekeerd doet ze dat telkens als er wordt getelefoneerd. Dat is niet goed, Debbies rust is een tikkeltje verstoord. Ik nam me voor om te gaan zorgen dat over zaken uitsluitend naar de fabriek mocht worden gebeld.
Om tien uur kwam Floris Waerdein. Terwijl ik voorop de trap besteeg hoorde ik hem achter me zeggen:
‘Je woont hier toch maar verrekt mooi, zeepkoning.’
217