boekhouder en een geroutineerde correspondent. Daarbij een zorgvuldig samengestelde kleine staf.
De tweede dag had ik al bemerkt dat er van deze mensen geen meer aan het bedrijf verbonden was.
Die derde dag, vrijdag de 19de, was te kort en te druk om precies te concluderen wat die vijf doctorandi uitvoerden. Wat hun functie was en wat zij uitbroedden. Wel vernam ik heel precies dat ze allemaal al met vakantie waren geweest. Drie a vier weken de man. Naar Italië, Joegoslavië, Spanje, Griekenland en Marokko, met de wagen! Natuurlijk met de wagen!! Wie kan er nu leven zonder wagen!! En meneer Koerlander was naar Israël geweest. Tja, dat kon niet in een bedrijf. Daar heeft men maar drie weken vakantie. Dat moeten er zes worden voor de stafleden. Dat zal een dezer dagen eens voorgesteld worden aan directie en commissarissen.
Zes weken, dat heeft een hoofdarbeider nodig, meneer Koerlander, gelooft u mij. Die zes weken vakantietoeslag komen dubbel en dwars terug door de herwonnen energie. Een modern mammoetbedrijf sloopt, meneer Koerlander. Dat was vroeger anders! Die gezapige tredmolen met vaste klantjes, die zo trouw waren als door een eed verbonden. En het publiek? Dat stelde geen eisen. Als een stuk zeep maar een stuk zeep was. Verpakt hoefde dat niet eens te zijn, hahaha! En groene zeep kocht men zo maar van de zandman. Huppeta! een klodder in een email bakje gesmeerd. En heus, meneer Koerlander, een operette en lachsucces was die ouwer-wetse huisvrouw! Die deed alles met een zeepsopje en om haar pannen en de vloer te schuren nam ze drie centen Brusselse aarde van die zandman, hahaha! Maar nu? Met al die moderne wasmachines? En al die kunstvezels?
216