Chaim wilde me de eerste dag overstelpen met grafieken, paperassen, een paar bijzonder geheime hoofd-boeken. Want ondanks een mechanische boekhouding moeten die paar hoofdcijfers toch ergens opgeschreven worden. Grootvader had daarvoor een geel gekaft opschrijfboekje, dat hij z’n leven lang in z’n geldkistje bewaarde. Twee boekjes met wat cijfers. Wat er tussen die boekjes van 1900 en 1966 ligt noemen we vooruitgang. Technische, commerciële, financiële en weet ik veel wat voor vooruitgang nog meer. Die cijfers zijn ook verschillend. Grootvader werkte met maximaal zes cijfers, Chaim met tien en elf. De centkolommen inbegrepen. Ik weigerde cijfers te zien. Later zal ik die bestuderen, want ik ben overtuigd dat de cijferopstellingen foutloos zijn. Daarom hebben ze toch een hiërarchie boekhouders en waanzinnig dure boekhoudmachines? Eerst het bedrijf in werking zien. Gewoon bekijken waar tijd wordt verknoeid, waar te veel mensen het werk onderling verdelen, waar te veel wordt gelanterfant en te luxueus wordt verpakt.
Ik beken dat ik vooringenomen de werkhallen en de kantoren betrad. Maar ik weet dat al doende de redelijkheid zal terugkomen, want een bedrijf is een levend organisme en niet te regeren volgens theoretische systemen. Er zijn boeken voor managers waarvan de schrijver nog nooit in een bedrijf heeft gewerkt. Van student werd hij doctor en daarna professor en met een werkman heeft hij nog nooit gesproken. Verder dan zijn kapper, zijn secretaresse, zijn loodgieter en zijn timmerman is hij nog niet gekomen.
Op de tweede dag kwam Francina kijken wat die ouwe daar toch rondscharrelde. Zij was blijkbaar wel
214