me er hoogstwaarschijnlijk niet mee bemoeid. Een paar woorden brachten alles op gang. De kettingreactie is begonnen en ik moet nu wel de meters in de gaten houden. Om ons vermogen, om Salomons pakket en de levenspositie van onze Chaim.’
Debbie antwoordde niet op m’n woorden. Schonk zwijgend een tweede kop thee voor me in. Toen keerde ze terug naar haar zorg om een kantoor voor mij.
‘Waar moet je dan zitten om te werken?’
‘Er is een vergaderzaaltje als ik eens langer wil praten. Of ik zit wel even in Chaims kamer. Dat speelt geen rol. De hoofdzaak is zien en horen. Bovendien heb ik m’n werkkamer hier.’
‘Ik zal hem fijn in orde laten houden,’ zei ze enthousiast en vervolgde: ‘Hoe kom je daar? Met de bus en de trein is wel wat vermoeiend.’
‘Debbie, een auto aanschaffen wil ik niet. Dan moet er ook een chauffeur bij. Het huidige verkeer is me te intensief en met zesenzestig jaar is het reactievermogen minder. Ze moeten me maar halen en brengen met een firmawagen. Hoogstwaarschijnlijk hebben ze hun vervoer toch al veel te royaal opgezet.’
‘Mare, die wagens van de zaak rijden toch ook niet voor niets? En als je daar bij rekent wat we per maand verrijden met die huurauto, dan weet ik nog niet wat voordeliger is.’
‘Debbie, ik kan me een auto met chauffeur veroorloven en nu ik weer in zaken ben, kan ik het fiscaal als onkosten van ons inkomen aftrekken. Maar ermee beginnen? Nee. Eerst zien of het verantwoord is.’
‘Bijna iedere zakenman houdt een auto,’ zei ze teleurgesteld.
212