‘Salomon, wat hindert het eigenlijk als ze je willen nemen om je geld? Je weet dat het nooit kan zijn om je jeugd en ook niet om ons gezicht met rimpels. Maar jij neemt haar! Omdat ze nog een lief ponempie heeft en een aantrekkelijk figuurtje. Omdat ze zich goed verzorgt en een beetje chic is. En als je daar nu een vermogen voor over hebt, wie gaat dat iets aan? En nu zij. Ze weet dat het niet meer te doen is om te paraderen als schoonheidskoningin, maar dat de man een representatieve verschijning naast zich wil hebben. Dat hij met haar praten wil en een beetje gezellig uitgaan. En daarvoor zorgt ze, want ze is niet meer pril en heeft meestal ook een leven achter zich.’
‘Ik wilde geen jonge vrouw hertrouwen, Mare.’
‘Dat zou een hel worden, Salomon. Maar alleen blijven is ook een hel.’
‘Ik zal het nog eens overdenken, Mare.’
‘Zal ik ook eens voor je zoeken?’
‘Ja. Ik wil een Hollandse.’
Wij waren bij Schiphol. Er was nog wat tijd voor een afscheidsglas. We dronken elkander toe.
‘Lechajim, Mare.’
‘Lechajim, Salomon.’
‘Durf je het nog aan, Mare?’
‘Durven wel, maar of ik me staande zal weten te houden in deze moderne stroom, weet God alleen.’
‘Er is niet zoveel veranderd. Klamp je vast aan een paar begrippen. Daarmee ben ik zeventig geworden en een van de belangrijkste bankiers van de States.’
‘Ik luister, Salomon. Of er nog meer is dan vader en grootvader ons hebben voorgehouden.’
‘Er is niet meer, Mare. Menselijkheid, eerlijkheid, een
210