het begin van ons gesprek zeiden me meer over Salomon dan een omvangrijke biografie ooit zou kunnen doen. Deze zware wat stille en bescheiden man verspreidde het fluïdum van de geboren aanvoerder. Ik geloof niet dat de samenleving veel van dit soort mannen bezit. Ik ben daarom trots dat Salomon een Koerlander is.
‘Ik ben gisteren gekozen als commissaris. Ik weet nog niet of je me feliciteren kan/ begon ik.
‘Aftreden kan men altijd zodra je bezit is veiliggesteld/ antwoordde hij.
Hij knikte langzaam en glimlachte een beetje geheimzinnig.
‘Wat bedoel je, Salomon. Ik heb gisteren bemerkt dat ik voor bankzaken niet deug.’
‘Daarvoor ben je te gevoelig en te fatsoenlijk. Mare, je bent een moeilijke figuur om te crediteren.’
‘Dat moet je me verklaren, Salomon. Ik dacht dat het nog net zo was als honderd of honderdvijftig jaar geleden. Fatsoenlijk, dat is betrouwbaar en je woord gestand doen. Gevoelig dat is een ander niet willen bedriegen omdat je zelf voelt hoe een pijn dat kan doen.’
Salomon glimlachte niet meer. Hij keek me scherp aan. Zei:
‘Er is niets bekend over het fatsoen in zaken van honderd of honderdvijftig jaar geleden. Er zijn wat romans met mooie typen erin. Die zijn gaan leven voor de massa. Kijk eens wat een onkreukbare zakenlieden! Maar omdat ze zo gretig door de massa worden verslonden wijst juist dat op een enorm gebrek aan dit soort Chris-tus-in-zaken. Eén bron kan het antwoord geven, de minuten van de notarissen uit die jaren.’
‘Zou je je niet kunnen vergissen, Salomon?’
194