drie miljoen nominaal aandelen Koerlander Zeep, nummers zoveel tot zoveel, en gezien mijn belang van 30% in de onderneming, recht meende te hebben op een commissarisplaats. Derhalve het voorstel ter tafel om mij te benoemen als commissaris der N.V. Er meldden zich onmiddellijk tien uit de vergadering. Nummer één wilde weten waarom zo’n ouwe commissaris moest worden afgestoft, terwijl het bedrijfsleven gilde om jonge krachten. Nummer twee zei hetzelfde maar met andere woorden. Hij sprak van een oud slagschip uit de mot-tenballenvloot terwijl er lange-afstandraketten nodig zijn. Nummer drie begon te vertellen dat hij het familie-onderonsje allang door had, dat er commissarissen genoeg waren, en bovendien veel te duur. En dat als er met alle geweld toch een commissaris moest worden benoemd, hij zich beschikbaar stelde. De hele toespraak was overgoten met algemeen belang, samenbundeling en overkoepeling. Men werd er slaperig van, de vent had geen stem en geen voordracht en hij sprak plat Amsterdams. Een rijk geworden vrachtrijder die al die doc-torandi-woorden toch wel mooi vond. Zijn vrouw kan trots op hem zijn.
Nummer vier. Een meester in de rechten. Hij twijfelde aan de woorden van mijn Chaim. Niet ten onrechte, want hij versprak zich in zijn welsprekendheid. Een man van Liepmann. Hij vertegenwoordigde 15% en wilde daarom óók een commissarisplaats.
Ik zag Chaim rood worden om het vals spelen van Liepmann. Ik overwoog of dit nu vals spelen was of alleen maar met het mes op tafel.
Nummer vijf en zes waren kennelijk een paar renteniers die hun leven opvulden met het bezoeken van al-
183