Nummer i begon te vragen over de geruchten dat Koerlander en Liepmann zouden samengaan.
Chaim loog glashard dat hem van fusieplannen niets bekend was. En of die man bijzonderheden uit die geruchten kon vertellen. Dat kon die man niet en de komediant Chaim antwoordde effen dat deze geruchten naar het rijk der fabelen moesten worden verwezen. De tweede man vroeg of de directie wilde overwegen contact te zoeken met Amerikanen om te fusioneren of zoiets met het oog op de eeg.
Chaim beweerde hooghartig dat Koerlanders Zeepfabrieken geen vreemde nodig hadden en ook geen know-how. Nummer drie zei dat hij de antwoorden van de directeur niet geloofde en vroeg waarom de beurskoers zo hardnekkig opliep tegen een sinds maandenlang dalende lusteloze beurs in.
Autoritair antwoordde Chaim dat ons koerspeil dus een eerbetuiging van de beurs was aan de voortreffelijke leiding van Koerlanders Zeepfabrieken. Mijn grootmoeder zou achter haar hand hebben gezegd: Wat een gotzpoh heeft die oudste van onze kleinzoon Mare!
Daarmee waren de vragenstellers weggelogen. Ik was het met eens met deze methode. Zeg liever de waarheid of beter nog geef geen commentaar. Maar Chaims antwoorden zullen vooraf gewikt en gewogen zijn door de commissarissen en adjunct-directeuren. En noodzakeüjk zijn met het oog op de lopende besprekingen met Liepmann.
Toen kwam punt twee. Ik.
Chaim las de brief voor die ik had moeten schrijven om te kunnen worden opgenomen in de Raad van Commissarissen. Ik had medegedeeld eigenaar te zijn van
182