In dat soort pakken moet een man zich zelfbewust voelen en vrouwen zullen hem onderdanig benaderen. Is hij een reizend verkoper dan tuimelen de orders zo maar in zijn reistas; is hij een ‘boss’ dan staan zijn ‘medewerkers’ als vastgenageld. Stapt hij een winkel binnen dan is het winkelpersoneel op slag overtuigd dat een vorst is gekomen om inkopen te doen. Zo staat het in de boodschappen die de advertentiejongens ons opdringen.
Maar Egbert Jan had de hersenspoeling van publici-teitsmanagers nog niet ondergaan. Hij deed heel gewoon.
Ik ging de jongemannen voor naar mijn werkkamer. Debbie was met Judith inkopen doen in Den Haag.
‘Ik kom de aquarel brengen, meneer Koerlander.’
Hij zette hem op een stoel. Nam afstand en ik ging naast hem staan, klaar om te bewonderen. Dat lukte niet zo goed en ik vroeg me af hoe ik ertoe gekomen was die vlekken achter glas te kopen. Meteen flitste het door mijn hoofd dat Debbie nog niets gezien had en dat Debbie een zuinige aard heeft.
Ik knikte maar wat. Het kon van alles betekenen. Diepe bewondering en ‘waar was mijn verstand?’ Toen greep ik naar m’n portefeuille. Hij zag het, noemde de prijs van het inlijsten. Ik reikte hem het geld. Zaak afgehandeld en waar laat ik dat ding.
‘Veel opdrachten?’ vroeg ik om zo snel mogelijk mijn kunstkopersaanvechting te vergeten.
‘Ja, meneer Koerlander. Maar niet meer dit genre. Dat was een periode. Nu schilder en teken ik klassiek. Dat brengt veel meer op. Ja, misschien heb ik me zelf verraden, maar ik kan tenminste een pakkie kopen en m’n huur betalen.’ Hij klopte tevreden op zijn revers.
i75