voor de jeugd, die verslapt in zijn wapenrusting.’
‘De sociale zekerheid, Salomon?’
‘Ja. Die behoort eigenlijk alleen toe aan de invalide, de zieke, de bejaarde.’
We waren gearriveerd bij een buitenhotel. We namen plaats in de grote tuin. Het was tijd voor de namiddag-thee.
Dit laatste weekend van juli ging Salomon zijn gebruikelijke jaarlijkse bezoeken afleggen bij de resten van de familie van zijn overleden vrouw. Chaim toonde zich weer een Koerlander. Hij stelde zijn Bentley met chauffeur ter beschikking van zijn oom Salomon. Hij ‘behielp’ zich zelf met de sportwagen van Francina. Dappere Chaim. Ik weet dat hij een paar vervelende ruzievolle dagen met zijn vrouw zal moeten doormaken. Dwaasheid, Charles, de waanzin ten top! Je oom Salomon kan toch zeker wel een auto met chauffeur huren? Die schatrijke Amerikaan! Hij heeft heel wat meer geld dan wij. En ik zit nu zonder wagen. En ik ben helemaal gebonden. En ik moet nu maar vragen of ik mijn eigen wagen een paar uurtjes mag hebben! Mooie boel. Jullie met je ziekelijke familieband! En dan hard stampen en met de deuren slaan. En misschien iets duurs verlangen als afkoopsom. Hoe zal Stephanie zich ontpoppen?
Vrijdagavond was Salomon al vertrokken. Debbie keek een beetje sip. Daarop had ze gevlast: Salomon verrukken met een ouderwets jiddisje vrijdagavond. Een Hildesheimer sjabbes. Met kippesoep en roastbeef en beschuittaart. En ingelegde citroen en Amsterdamse uitjes en zoetzuur. En dadels en noten en druiven. Heel dure druiven. Want de massa-aanvoer was er nog niet.
173