lander-zepen. Een begrip.’
‘Ik ken geen sentimenteel gedoe in zaken, Mare. Ik ben nog nooit verliefd geweest op een zaak, wel op een vrouw,’ zei Salomon en glimlachte om een prettige herinnering.
‘Dus, Salomon?’
‘Vecht niet tegen concerns. Je verliest altijd. Koerlan-der met Liepmann samen vormen straks een groot Nederlands bedrijf. Ze zijn echter niet meer dan een middelgroot bedrijf in Europees verband en een klein bedrijf in het oog van de wereld. Als Grant, Cooper & Grant willen kopen accepteer dan en geniet van je rust.’
‘Alle kleine en middelgrote zaken gaan zo langzamerhand naar de verdommenis, Salomon.’
‘Dat ligt aan de overheid. Die deugt niet. Hier niet, bij ons aan de overkant ook niet. Wij hebben de trust-wetgeving met mazen erin zo groot als mammoetfabrie-kcn. Hier hebben jullie niks op dat gebied, geloof ik.’
‘Ik weet het niet, Salomon. Er zijn zoveel wetten. Ik weet alleen dat links en rechts fabrieken fusioneren en dan door een buitenlandse groep worden opgcslokt. Allemaal onder de slagzin dat klein niet meer kan bestaan. Het ergste vind ik het nog voor het personeel. Ondanks dat mooie sociale-wettenstelsel zijn er nog nooit zoveel horigen geweest. Marx en consorten dachten al te mogen praten over arbeidsslaven. Dat is nu pas zover. Verzilverde kooien voor de werkman, een vergulde voor stafpersoneel. De sleutels van al die kooien in handen van enkelen. Hoe lang nog, Salomon, en al die sleutels liggen op één hoop. Ergens in een kasteel in Florida of Stockholm of de Cöte d’Azur.’
‘Mare, je bent zo rood als een biet.’ Salomon was weer