plaatsen in de thora gebeurt dat. Spreken met God. Zolang je dat doet, zolang je je kwaad maakt tegen Hem, erken je Haqodaush boroech hoe. Daarom is Ruben gelovig.’
Ik dacht na. Tuurde in de verte. Zei:
‘Ik heb Ruben eens horen tekeergaan, Salomon. Toen riep hij om een ladder die tot in de hemel kon reiken. Dan zou hij die opsnellen om God daar te tuchtigen om wat Hij hem aan dierbaars had ontnomen.’
‘Wou je nog meer geloof in het bestaan van de Eeuwige?’ riep Salomon.
Ik glimlachte en antwoordde:
‘Nee, je hebt gelijk, Salomon. Geloven dat er een Opperwezen is. Dat is meer dan een tefillah, meer dan de spijswetten, meer dan de hoogtijdagen.’
We hadden weer eens stilgestaan. Typisch joods. Een eindje wandelen, een poosje stilstaan, een eindje wandelen, een poosje stilstaan. En dan praten en niet weten waar men eigenlijk is aangeland.
‘Tja,’ zei Salomon, ‘laten we terugkeren tot de beurs.’
Ik keek naar de grond. Zag mijn schoenen. Rechter-punt, linkerpunt. Een te vroeg gevallen boomblad. Een kiezelsteen. Een vertrapt leeg sigarettendoosje. Honde-vuil. Grind, grind, grind. Stenen van een uitrit. Rechter-punt, linkerpunt...
‘Waarom wil je vechten tegen die Amerikaanse groep, Mare?’
‘MoetChaim op zo’n jonge leeftijd al rentenieren? Het leven van een man is z’n werk.’
‘En verder, Mare?’
‘Een beetje sentimentaliteit. Grootvaders begin, vaders hele leven, mijn hele leven, drie generaties Koer-