Hij glimlachte ook.
Chaim had een kleine personeelsbus van de fabriek ingezet om de hele misjpoge naar Wassenaar te rijden. Hij had het als een luxe-reistoer georganiseerd. Met een serveerster van de kantoorkantine om ons tijdens de rit thee met petit-fours aan te bieden. Ik weet zeker dat Debbie het niet prettig vond met het oog op haar ‘high tea’, die thuis op ons wachtte. Ik vond het me-sjoggaas, Salomon glimlachte verstolen en Ruben ‘wilde niks’. Francina, de brains achter deze dwaasheid, genoot. Dit was ontvangen van een familievader. Dit was status! Maar Debbie won. Groot slem sans atout met vier azen in één hand.
Schoppenaas. Een uitgebreide thee bij aankomst. Hartenaas. Een diner met twee hoofdschotels. Ruitenaas. Een avond met een cavalcade jiddisje lekkernijen, en als klaveraas een klein soupeetje. Francina was verslagen en Debbie had me gewroken. Je schoonvader op de koffie vragen en dan niet thuis zijn! We zullen laten zien hoe de Koerlander-Hildesheimer-clan dat doet.
Ik heb me goed gehouden. Van alles heb ik geproefd. Ik heb daarna stiekem twee dagen gevast.
Na mijn monoloog over Israël tijdens de maaltijd moest ik het veld ruimen om naar hen te luisteren. Gelukkig. Even rust van me zelf.
Chaim meldde dat aanstaande dinsdag de algemene vergadering zou plaatsvinden. Salomon ging een paar dagen voor zaken en familie naar Basel en Ruben wou een paar weken naar Spanje. Met de huishoudster, want die moest ook eens wat anders beleven dan het bewaken van een gek. Ruben heeft soms huiveringwekkende zelfkennis.
162