Nu ik dat ga vertellen, denk ik dat de Engel des Heren weer eens uit z’n eeuwige ervaring heeft geput en alledaagse dingen op bepaalde momenten een eigenschap geeft.
Voordat we elkander toedronken met ‘Lechajim’ proefden James en Agnes een mondvol zalm en een mondvol kaas. Als een computer zo snel rekende een duiveltje in m’n hoofd: minstens drie gulden zalm en drie kwartjes kaas in de ‘rache’ van James en zowat hetzelfde in die van Agnes. Eventjes geproefd vóór de heildronk! Zeven gulden en vijftig cents. Het duiveltje rekende door tijdens het ‘Lechajim’. Whisky puur één vinger, Chateauneuf een slok zo ruim als een half glas. Toe maar, weer twee gulden.
Maar deze uitgaven waren de prijs die de Engel des Heren had bepaald voor een mededeling van Agnes.
Nadat zij na het ‘Lechajim’ haar glas ad fundum had gedronken, zei ze:
‘We gaan over veertien dagen naar Israël. Fijn. Eventjes de sleur onderbreken.’
‘Zo! Jullie zijn net terug uit Zwitserland,’ riep Debbie. Haar uitroep was een mengsel van een scheutje jaloezie, anti-verkwisting en: ‘Hebben jullie dan nooit rust in je leven!’
‘Ja, Debbie, James krijgt het niet cadeau,’ vervolgde Agnes met trots op haar echtgenotelijke super-brains.
‘Daar twijfel ik niet aan,’ antwoordde Debbie met de doorbraak van de familietrots in haar stem.
Hét moment uit talrijke romans was gekomen: aller ogen richtten zich op de held. Die viel in met de claus:
‘Ja. Voor zaken.’
Mijn zwager heeft in zijn jeugd, toen hij nog niet vet
D5