de president en vooral die McNamara.’
‘Een naar gezicht heeft die man,’ zei ik en schikte m’n pakjes weer ecns op hun plaats.
‘U zegt het netjes, meneer, heel netjes. Maar loop nu door. Ik moet gaan opletten en ik zal maar zeggen de politiek van de yankees helpen verdedigen.’
Hij keerde zich van me af en kuierde weg zoals alleen een politieman dat kan doen. Politiedrentel.
Ik kuierde ook. Diep nadenkend. Ik kon de gedachte niet kwijt dat deze jongelui verhinderd werd hun mening te uiten omdat die afweek van de Amerikaanse politiek. Omdat ze het niet eens waren met napalmbommen en het platbranden van dorpen. Omdat ze het niet eens waren met dit zinloze bloedvergieten ter wille van de gedachtenkronkels van een camarilla wapen-leveranciers.
Met James Hildesheimer en zijn vrouw Agnes stapte de ‘het kan niet op’-tijd bij ons binnen.
James was zestig jaar geleden bij de Burgerlijke Stand aangemeld als Jacob Israël Hildesheimer en Agnes werd vierenvijftig jaar geleden aan het Nederlandse volk toegevoegd onder de naam Sarah Bathseba Dessauer. Beiden hadden na de zonsopgang van hun rijkdom geen vrede meer met hun archaïsche bestempeling en noemden zich James en Agnes. Dat kon, omdat niemand het in z’n hoofd haalde om eens na te gaan welke namen hun ouders hadden gekozen.
James volgt een nog niet gepubliceerde mode. Agnes rinkelt door de gouden armbanden met daaraan gouden munten van veel landen en tijdperken. Paul Kruger op zijn pond, een Lodewijk op z’n goud, Willem III op
I5°