ten na drie nummers buiten adem. Ze werden onopvallend afgelost door de ingeblikte liedjes van een bandrecorder. Het waren twee protestsongs. Een meisje jubelde het uit, dat 2e van haar man of haar minnaar verlost was en nu dacht heerlijk te kunnen gaan leven. Dacht! Een jonge kerel viel het Amerikaanse volk aan in de persoon van 2ijn president. Een moedig lied. Ik hoop dat zulke protestliedjes meer en meer in zwang komen. Hunne Voortreffelijkheden hebben wel een paar correcties nodig. En jonge moedige kerels zijn er nog veel te weinig.
Toen de bietels weer op adem gekomen waren, barstten ze los in liefdesgezwijmel. Die liedjes brachten me ertoe op te staan. Het was te veel bronst. Dan had die man het te kwaad met zijn verlangen, dan weer kronkelde een vrouw onder haar begeerte. Liefde, baby, blauwe ogen, armen, zoen en maanlicht waren niet uit de ether te slaan. Wanneer komt er een Saartje Vos, met een nieuw receptenboek voor de liefde en de bronst?
De muziek zweeg. Die ouwe van David wilde vertrekken. De zeeman stond opeens naast me:
‘Ik breng u thuis, ik mot toch naar Klein Mokum. Fennacht gaot me schip d’r uit!’
Mijn protest hielp niet. Het was nog gevaarlijk in Amsterdam, loog hij. ’s Avonds sloeg de politie op alles wat er bewoog.
Ik glimlachte olijk, hij ook. En zo eindigde mijn ziekenbezoek aan Egbert Jan weet-ik-veel.
Het was een oud Volkswagentje dat de zeeman bezat en ons naar Wassenaar bracht. Wij vulden het wagentje behoorlijk, want die zeeman was zeer robuust en dat
D7