‘Wel veel,’ antwoordde ik stuurs, ‘ik kan jullie toch niet laten begrijpen dat oudere mensen zich meestal niet oud voelen. Dat zij het prettig vinden om nog te kunnen werken. Geloven jullie dat het zo aanlokkelijk is om in een bejaardentehuis opgesloten te zitten in een kamertje en daar te wachten op de dood? Bejaardentehuizen zijn sterfkazernes. Ze zijn makkelijk voor de jeugd, die ouden zitten goed opgeborgen en jullie hebben er geen last meer mee. aow en ze redden zich wel. Weten jullie hoe het vroeger was?’
Een van de erotische meisjes sprong op. Ik keek vlug en* zag alles. Een onverzorgd kapsel, zwart omrande grijze ogen, beschilderde lippen, knotsen van oorbellen, een dwars gestreepte singsing-trui, een pyjamabroek met exotische motieven bedrukt, aan de voeten goudkleurige sandalen. Alles samen een stijlloze wansmaak, terwijl het kind een mooi ovaal gezichtje had en welgevormd was.
‘En of. We hebben m’n grootmoeder in huis. Dan heeft ze die kwaal en dan weer een andere rotziekte. En zich overal mee bemoeien. Altijd komt ze wat te kort en dan zit ze maar te bieren. Ik ga d’r maar lekker uit. Ik leef tenminste.’
‘Hoe?’ Weer schoot ik hard en onmeedogend.
Het bracht haar in verlegenheid, maar niet lang. Haar antwoord was openhartig.
‘Nou, ik heb een vriend en die scharrelt de kost wel op voor ons beiden. En ik heb lekker niet gewacht totdat ik dat trouwstempeltje heb.’
‘En als er een baby komt? Wat dan?’ ondervroeg ik verder.
‘Ik pil!’ antwoordde ze en keek me uitdagend aan. Het
130