„Maat niet één cent, - hoor je? - niet één cent komt in haar en in jouw handen, als je dat onzalige plan van je uitvoert. Ik hoop, dat je dat goed begrijpt, want dit is mijn laatste woord hierover!”
Met opgetrokken wenkbrauwen bekeek Joseph hem, alsof hij hem voor ’t eerst zag. Dus dit was een laatste poging om invloed uit te oefenen, - een invloed, die hij jaren geleden al verloren had. God, wat arm was die man, en wat rijk was zijn enig kind, -wat rijk waren zij samen, omdat de zorgen om die éne cent, of helemaal geen cent, voor hen niet golden. Wat arm was hij, omdat hij alle verbondenheid met zijn kind verspeeld had en het terug dacht te kopen met een belofte voor na zijn dood!
„Ja,” zei Joseph langzaam, „ik heb het goed begrepen, - beter dan u mij begrepen hebt, want anders zoudt u niet geloven, dat het wèl of niet krijgen van geld „Van véél geld.”
„Van véél geld, iets te maken zou hebben met ons besluit.”
Opeens raasde de man:
„Maar begrijp je dan niet, dat men zo iets niet doet? Een bloeiende praktijk opgeven en de wildernis in trekken? Wat denk je, dat de mensen ervan zullen zeggen? Dat je krankzinnig bent! Een krankzinnige schoonzoon, - een krankzinnige dochter! Denk je niet, dat ze mij erop aan zullen kijken?”
In een flits overzag Joseph de angsten van de oude
97