tweezaam geluk verdonkert en tegelijk intenser maakt. De zorg, dat het te goed is zó als het is, - dat het zo haast niet blijven kan.
Er was reden tot zorg, - niet om Tamar, die er in die zomer beter ging uitzien. Van buitenaf kwam de zorg. Want in het land vlamde opeens de kunstmatig aangewakkerde tegenstelling op tussen Arabieren en Joden. Primitieve fellachen, die als goede buren naast de Joden hadden geleefd, werden veranderd in woeste aanvallers; ze stonden open voor iedere leuze, die op het juiste ogenblik in hun oordeel-lege wezen werd gegoten. Het juiste ogenblik was dat, waarin de donkere, agressieve onderstroom naar een uitweg zocht, omdat hun weinig-bewogen, armelijke leven geen bevrediging bood. En dat juiste ogenblik werd begrepen door politieke leiders, die in een aanval op de Joodse nederzetters hun ogenblikkelijk voordeel zagen.
Er kwamen berichten uit de oude gemeenten van vromen, die in hun vergeestelijkte weerloosheid een te makkelijk offer vormden: berichten van overval en moord, van bijna restloze vernietiging. De weerbare gemeenschappen zetten zich schrap: zij zouden niet als lammeren worden afgeslacht. In de ballingschap van Europa hadden de Joodse gemeenschappen de vervolgingen als natuurverschijnselen afgewacht, -in de oude steden van Palestina hadden ze deze gelatenheid voortgezet, - hier, in de jonge nederzettin
211