„Je bént mijn vader niet!” riep ze hees.
Hij nam opeens haar kleumig gezichtje tussen zijn handen en zei: „Jawel.”
Over zijn handen heen drupten haar tranen.
*
Hij zorgde die avond bij de ledenvergadering naast Michaël te komen zitten. De vergadering was niet belangrijk, en al gauw fluisterde hij Michaël toe: „Kunnen we niet wegkomen van hier? Ik wou je spreken.”
Michaël was zó gauw bereid, dat Joseph begreep, dat ook hij op een kans om hem te spreken had gewacht. Ze verdwenen tussen twee gedachtenwisselingen, die nog lang dreigden te duren, en buiten de eetzaal liepen ze zwijgend in de richting van het grote hek. Buiten het eigen terrein zei Joseph: „Tamar is vandaag bij me geweest.”
„Ik heb haar gestuurd,” zei Michaël kort. „Ik heb haar nooit eerder naar je toe kunnen krijgen.”
„Je weet wat ze van me wilde?”
,,K’
„Jij wilt het kind behouden, hè?”
„Ja. Ik had gehoopt, dat een kind haar over haar angst voor gebondenheid heen zou helpen, - maar dat is niet zo geweest.”
„Jawel. Ze verweeft zich nog, maar tegen beter 208