waarom we niet getrouwd zijn of niet trouwen? Interesseert het je soms niet?”
Hij nam haar hand van voor haar gezicht weg en zei:
„Moet ik vragen, om je de dingen te laten vertellen, die je vertellen wilt? Eerst moet ik immers jou zeggen wat je allereerst weten moest: dat het kind welkom is.”
„Ik wil niet trouwen! Nou weet je het.”
„Wil je niet met Michaël trouwen, omdat je niet van hem houdt?”
„Wie zegt, dat ik niet van hem houd?” vroeg ze kwaad. „Ik houd van hem, - ik houd verschrikkelijk van hem! Anders was het toch nooit zo ver gekomen? Maar ik wil niet trouwen, - met niemand, - omdat ik niet gebonden wil zijn, - aan niemand.”
Joseph zag, dat ze met haar hele hart verlangde, gebonden te zijn en dat ze zich daarom zo fel ertegen verweerde. Ze was bang voor gebondenheid, en als hij maar stil wachtte en niets vroeg, zou ze haar angst wel uitschreeuwen.
Ze liet plotseling haar boosheid van zich afvallen als een opperkleed en praatte zacht voor zich heen, alsof Joseph er niet bij was.
„Ik wil, dat het goed blijft tussen Michaël en mij en dat het niet bedorven wordt. Alle liefde wordt bedorven door gebondenheid. Ik heb het toch bij mijn vader en moeder zelf gezien.”
205