voor en Joseph, gelukwensen uitsprekend en vragen beantwoordend, moest weer aan het hiernamaals denken, waaruit hij blijkbaar terug was gekeerd. De stroom van handen-drukkende gasten kon Keuning niet verhinderen, Joseph nog toe te fluisteren:
„Ik moet u vóór mijn vertrek nog persoonlijk ontmoeten, Dr. Prager!”
Joseph herkende iets van de verbaasd-speurende medestudent, die tot hem trachtte door te dringen en toch eigenlijk buiten bleef staan. Dezelfde verwondering over wat-hij-toch-bij-hem-zocht deed hem terzijde blijven staan wachten, tot hij een afspraak voor een persoonlijke ontmoeting met Keuning kon maken.
In een kleine pauze wenkte Keuning hem naar zich toe en vroeg hem, of hij hem zijn auto mocht sturen om hem hierheen te halen; als zijn tijd in deze dagen niet zo overbezet was geweest, zou hij hem zelf hebben opgezocht, . al zijn de tijden voorbij, dat u me mee op uw tochten kon nemen.”
Joseph verbaasde zich, hoe deze onbelangrijke dingen in zijn herinnering waren blijven hangen. Hij wist niet, dat een arm man de nummers van zijn bankbiljetten uit het hoofd kent omdat het er maar zo weinig zijn, en een rijk man ze onmogelijk uit het hoofd kan leren. Voor Keuning waren dit de enige tochten in de natuur geweest met iemand, die niets anders bedoelde dan de natuur zelf, - en die paar tochten kende hij uit het hoofd.
198