Zo kwam Joseph dan na twee dagen in het patriciërshuis terug, - deze keer in zijn eigen kleren.
Het was niet „u” meer, - het was „je”. Met de vlotheid van iemand, die gewend is aan conferenties, stelde hij Joseph zijn vragen: vragen naar gebeurtenissen en motieven, naar realiteit en streven. Met de onbelemmerheid, die toch nog een rest was van de gezamenlijke studententijd, antwoordde Joseph: zonder verklaring of aanbeveling, directe antwoorden op directe vragen. Keuning mocht dan al door ambities gedreven worden en door eerzucht van zuivere doelstelling afgeleid, - hij was ook in hoge mate intelligent, en zijn eigen korte vragen en Josephs even korte antwoorden tekenden in rake lijnen het beeld, dat hij gevraagd had te mogen vormen.
Het was aan het eind van dit ernstige vraag-en-antwoord-spel, dat Keuning, ópkijkend van zijn vingers die sigarenas wegdrukten, tot Joseph zei:
„Ik benijd je, Prager. Ik mag dan al bereikt hebben wat ik wilde, - jij hebt meer bereikt. Jij leeft, en ik word geleefd.”
„Ik leef, omdat ik alles heb ingezet: mijn leven en dat van mijn vrouw en kinderen. Kwestie van belegging.”
„Belegging - a fonds perdu?” vroeg Keuning, gespannen.
„Ik weet, dat het niet perdu is.”
Keunings mond wilde een vraag vormen, en Jo-