Voor die ruitjes stond mijn vader, toen ik hun beiden verteld had, dat ik mijn goed bestaan afbrak om naar Palestina te gaan. Bedenk wel: voor hen was mijn welslagen in mijn beroep een bekroning geweest; ze hadden me laten studeren, toen het voor hen nog een groot offer was. Wel, - tegen die ruitjes aan heeft mijn vader het verwerkt. Toen hij klaar was, keerde hij zich naar de kamer toe, - de kamer, die ik jullie heb willen laten zien, - en zei: ‘Dat ik dit beleven mag!’ Dat was het enige belangrijke voor hem: dat hij beleven mocht, dat zijn jongen de tempel hielp herbouwen, - want hij bleef erbij, dat dit het begin was van de tempelbouw, omdat zonder terugkerende mensen de terugkeer tot de ziel van het land niet mogelijk was. Ja, - dat was het enige belangrijke voor je grootvader; al het andere kwam er niet op aan. -Als jullie zult hebben uitgevonden, wat het enige belangrijke voor jullie is, komt al het andere er ook niet op aan. De kunst is, uit te vinden wat het enige belangrijke voor je is; dan komt de onaantastbaarheid voor al het andere vanzelf.”
Het meisje wendde zich achterom naar Joseph. „We zijn bezig, het uit te vinden. Anders waren we vanmorgen niet naar u toe gekomen.”
Over de rugleuning van haar zitplaats heen zoende hij haar op de wang. Haar blozen was het antwoord voor hen beiden.
*
193