Ook zij spraken Chinees en Deens; toch vermoedde hij bij haar een echo van een vroegere gemeenschappelijke taal, die ze bij hun ouders thuis hadden horen spreken en denken, en dat gaf hem de energie tot zijn vertaal-pogingen. Misschien bleef er toch nog iets van die taal hangen in de soepele, zware gordijnen, in de vacht van het dikke tapijt...
Die avond, toen hij zich uitstrekte in het brede, zachte bed van de logeerkamer, zegende hij het lot, dat hem en de zijnen had bevrijd van welstandsver-plichtingen. Eigenlijk zegende hij in het lot zichzelf, want hij wist heel goed, dat hij zichzelf had bevrijd.
Zachte zijden koorden waren het, die hij had doorgesneden toen hij zijn eigen weg koos; zo zacht als ze waren, konden ze iemand toch belemmeren in iedere beweging. Handen en voeten waren er mee gebonden en ongemerkt kropen ze in de loop van een leven öp, omhoog naar de hals, tot ze, fraai en zijïg, als een strop het laatste beetje leven verstikten. Arme Lina... Maar hun jongen zou het zo ver niet laten komen, voor hem zou een dag komen, een beslissende dag, waarop hij de koorden zou doorsnijden, - hoe, en met wat voor mes, dat kwam er niet op aan. Hij had hem herkend, bij de eerste ontmoeting, als één, die de koorden als boeien bleef zien en niet als begeerlijke sieraden.
Daarom was hij niet verbaasd, weken later, - hij
187