in zijn positie, mag toch wel aanspraak maken op een ander soort meisje.”
„In zijn positie?”
„Ja. Dit.” Ze wees op de kamer. „Ik bedoel...” „Is het meisje slecht?”
„Godbewaar, nee. Maar... ze is gewoon maar typiste in onze zaak. Hij had toch wel wat anders kunnen krijgen dan dat!”
Joseph was er even stil van. Wat was dat toch: in zijn positie? Straks had hij al gehoord van sociale verplichtingen in hun positie. Raakten mensen zó hopeloos gekluisterd als ze niet verder keken dan vandaag? Wat hadden zij het dan goed, hij en Dina en de kinderen. Maar deze jongen moest het ook goed hebben.
„Ik begrijp je niet,” zei hij langzaam. „Heeft hij door zijn positie niet het recht van ieder jong mens: te kiezen en gelukkig te worden? Wat ben je ver van huis geraakt, Lina.”
Lina’s mond, die zijn vroegere bloeiende vorm verloren had door te veel welvaart, beefde. Toch hield ze vol:
„Maar we zijn toch verplicht...”
„Wat zijn jullie véél verplicht! Is er nog wel iets, dat je zelf besluit en kiest? Staat je plicht je nog wel toe, je jongen geluk toe te wensen?”
„Maar het is voor zijn geluk!”
„Dat weet je wel beter.”
186