sterke vingers, de slanke hand van de jonge man omgreep.
„Zie je het als een oplossing?”
„Tenminste als een poging ertoe.”
„Een oplossing waarvan?” vroeg zijn moeder. „Van veel, wat we hier als vanzelfsprekend laten verder gaan en wat fout is, moeder.”
„Mij zoon heeft ideeën,” trachtte Sander in scherts de richting van het gesprek te veranderen, en het lukte hem, want al gauw verontschuldigde de jongen zich en trok zich in zijn kamer terug.
„We hebben moeilijkheden met hem,” fluisterde Lina, hem nakijkend.
„Dat begrijp ik,” liet Joseph zich ontvallen.
„Hij is een lieve jongen,” verdedigde dadelijk de moeder, Josephs begrip verkeerd vattend.
„Ja,” zei Joseph met veel klem.
Het werd nu een vertrouwelijk gesprek tussen Lina en Joseph; Sander had een avondblad opgenomen en verdiepte er zich in.
„Er is een meisje, en we zijn het er niet mee eens.” „Als hijzelf het er maar mee eens is.”
„Hè, wees nu ernstig. Je kunt als ouders toch maar niet èlk meisje aanvaarden, waar je kind verliefd op wordt!”
„Waarom niet?”
„Wel,” - ze spreidde de beringde handen met een machteloos gebaar uit, - „er zijn toch grenzen. Hij,
185