Hij zat opeens rechtop in zijn bed en zei: „Hollandse koeien.”
Dina, doodmoe van de werkdag, die zwaarder ging vallen naarmate hun intrede in de kibboets langer geleden was, - en ze waren hier al meer dan dertien jaar, - sliep er door heen. Het hinderde Joseph niet, dat niemand luisterde; hijzelf had het nodig, hardop te zeggen wat hij ontdekt had.
„Ik had ze al lang willen kruisen.”
„Ja,” zei Dina in haar slaap, en voor Joseph was dat een voldoende bevestiging.
De werkers in de koestal waren de eersten, die er van hoorden. Ze kenden Hollandse koeien en hun voortreffelijke eigenschappen alleen uit de verhalen van Joseph, die ze op zijn woord geloofden. Ze keken bedenkelijk naar hun kleine, vertrouwde koeien, die zoveel melk gaven als in hun vermogen lag, en twijfelden, of dat wel goede partners konden zijn van Hollandse stieren, en goede moeders van Hollandse kalveren.
„Het is een wetenschap op zichzelf, dat kruisen,” zei er één.
„Die wetenschap is te veroveren,” zei Joseph.
En zo kwam het, dat het voorstel, dat aan de ledenvergadering werd voorgelegd, tweeledig was: het geld van Joseph en Dina te bestemmen voor de aankoop van Hollandse koeien en hun vervoer, en Joseph naar Holland uit te sturen om zijn licht op te
*79