De koopbrief

Titel
De koopbrief

Jaar
1953

Druk
1960

Overig
2ed

Pagina's
216



„Elchanan,” zei hij, de naam, die het kind toen gekregen had, uit een vergeten verte te voorschijn halend.

„Ja,” knikte het kind verheugd, „ik heet Elchanan.”

Joseph durfde, in dit kamp vol ziekte en dood, niet naar de moeder van de jongen en naar Chaia te vragen. De blinde voelde zijn onuitgesproken vraag en zei:

„Mijn vrouw helpt in het kamp.”

„Goddank,” liet Joseph zich ontvallen. De blinde glimlachte.

„En mijn dochter Chaia woont in Jeruzalem en hoefde niet weg met man en kind.”

„.. .en kind,” zei Joseph hem met domme verbazing na. Hij had gedacht, dat de tijd sindsdien stil was blijven staan. Hij was het geweest, die het geheim van geboorte in tastbare werkelijkheid voor haar had ontsloten, en nu was het aan haarzelf voltrokken en het was geen geheim meer geweest.

Hij wilde alles weten: wanneer Derkovsky naar Palestina was gekomen, - anderhalf jaar vóór hem, -waar ze geleefd hadden tot hun evacuatie, hoe het hun ging.

„We hadden het goed. We woonden in de nieuwe stad naast Jaffa, Tel Aviv, en ik maakte met mijn handen mooie dingen, - ik voelde dat ze mooi waren en mijn vrouw zag het, - en we hadden een kleine winkel

167

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.