veelal weerloze Joodse bevolking, en wel het meest op het Zionistische deel, omdat hij daarin het eind van de weerloosheid vermoedde. De kibboetsiem raakte hij niet aan; hun aantal en het aantal hunner inwoners was te klein en hun streven was hem te vreemd en te ver af. Domme heerser, die het kleine, sterke hart liet dóórkloppen!
Toen de nood en het gebrek in cle steden begonnen te klemmen, doordat er geen invoer van het allernoodzakelijkste was en doordat het aanwezige opzettelijk weggehouden werd, konden de kibboetsiem hun produkten sturen en de eerste honger stillen.
„We zijn net op tijd begonnen,” zeiden de makkers onder elkaar. „Waren wij niet gekomen toen het nog niet drong, wie had dan nu kunnen helpen?”
Ze waren trots en ook wel een beetje opgelucht, dat er nu een kans was om hun materiële schulden af te doen. Luid-trots of stil-dankbaar, ieder naar eigen aanleg. Joseph hoorde tot de stil-dankbaren.
De oorlogsjaren volgden elkaar op, en Djemal Pasha’s waanzinnige woede nam toe. Hij vermoedde, - en niet zonder grond, - dat de Zionisten in zijn vijand hun bevrijders zagen. Hoe zwakker Turkije stond, en hoe dichter de gealliëerde legers zijn terrein naderden, des te wilder wreekte hij zich op zijn Joodse onderdanen. Uit de steden Jafla en het jonge Tel Aviv, uit het zuidelijke Rechovot en de omgevende landbouwdorpen, verjoeg hij de Joden, „om ze voor 162