van het kind, dat de morgenschemering begroette op een veldbed ergens in het Jordaandal en de prille kreet, die omhoog steeg naar de hemel van een gepolitoerd houten bed. Er was geen verschil tussen de jonge dokter, die in een sjees van huis was gehaald en de koemelker, die deze morgen de koeien aan een ander moest overlaten omdat er een kind geboren werd.
Hij liet een gelukkig jong ouderstel achter toen hij naar de douche-ruimte ging om alles van zich af te spoelen. In de keuken, waar nachtwakers en nachtelijke werkers hun ontbijt namen, trof hij Dina.
„Een jongen!” riep hij haar toe. „Jaël heeft een jongen!”
En alsof het een persoonlijke verdienste van hem was:
„Zonder weegschaal schat ik hem op ruim zeven pond.”
„Sjonge!” zeiden de meer ervaren ouders, en de vrijgezellen zaten er wat verlegen bij.
„Hoe was het?” vroeg Dina.
„Prachtig,” zei Joseph en rekte zich, eer hij hongerig aan de tafel schoof.
Een paar jonge mannen lachten elkaar toe en één ervan zei:
„Je ziet er waarachtig uit, of je zelf een kind hebt gekregen.”
Dina keek Joseph aan: ja, ze hadden gelijk. Er was 156