HOOFDSTUK IX
De vertrouwde geluiden van de nacht drongen maar vaag tot in het baby-huis door, waar Dina wacht hield. Ze vermengden zich met het zachte gerucht binnen in het huis: de ademhaling van de slapende kinderen, de strijd tegen een verstopt neusje, een enkele hoest en af en toe een boos of pijnlijk huilen van één die in zijn slaap werd gestoord, - en dan de zachte voetstappen van Dina zelf.
Het was de tweede keer, dat ze een week nachtwacht had in het huis, waar ze anders overdag werkte. Ze hield van het stille werk in de nacht; nu de ergste hitte voorbij was, kon ze overdag wel slapen. Het zwijgend vertrouwen van de slapende kinderen, het rustige tempo van de wachtwerkjes, - was uitzoeken, luiers vouwen, - en vooral de eenzaamheid, die toch niet eenzaam was, werkten weldadig op haar in.
Haar eigen kinderen sliepen ook in het baby-huis, omdat er nog geen leeftijds-groep om hen heen was. Een paar kinderen waren ervan hun leeftijd, evenals zij niet hier geboren, maar meegebracht door de ouders, toen de kibboets werd gesticht. Het merendeel echter was hier geboren en heel jong. Gauw zou er bij gebouwd moeten worden, want zwangere jonge 152